Tuesday, October 07, 2008

herkansing

Valencia was wat mij betreft in de herkansing: toen ik er eervorige zomervakantie een paar dagen was beviel het me maar matig. Maar nu ik me ongehaast door de stad verplaats, zonder de druk om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk te zien, bevalt het me al een stuk beter. Valencia is spanje’s derde grote stad, niet zo multiculti als Barcelona en ook niet zo statig en pedant als Madrid. Heel spaans met een winkelsluiting tussen 2 en 5 en iedereen aan het warme eten. En verder eten ze de hele dag door, te pas en te onpas. Je kunt geen vijftig meter lopen zonder een eetgelegenheid te passeren. Meestal de karakteristieke neonverlichte ruimte met spiegels achter de bar en een chagrijnige oude man in wit overhemd en zwarte broek en een toonbank vol eten. Ontbijten buiten de deur is normaal en kan behalve met koffie en croasan ook gewoon met een biertje en wat olijven. Daar moet je ’s morgens om 9 uur niet vreemd van opkijken.

Mijn uitvalsplek doet denken aan de staatsliedenbuurt waar ik eind jaren zeventig woonde: een oude volksbuurt, niet gerenoveerd en met wat kleine middenstand die stand heeft gehouden ondanks de grote Mercadona (super). In de Bentinckstraat woonde ik tegenover een malle Pietje, hier woon ik er schuin boven. Dat de chinezen komen is duidelijk: de parallelstraat is bijna volledig in handen van de opkomende Chinese middenstand.

Ook de fiets is in opkomst (mede door een paar Hollandse verhuurbedrijfjes), handig vanwege het overal vastzittende verkeer. Toch zijn de Valencianen zelf nog huiverig: in de binnenstad ben je je leven niet zeker, geen automobilist die rekening met je houdt (als hij je al ziet) en je fiets zelf moet overdag aan een zware ketting en ’s nachts mee naar binnen. Als ie dan toch gestolen wordt kun je m zondagochtend (héél vroeg) terugkopen op de markt, een variant van de madrileense rastro. Als fietser voeg je je tussen de voetgangers (ja, op de stoep dus!) maar ook als wandelaar kom je gevaarlijke situaties tegen. Ik moet bijvoorbeeld iedere ochtend een 8-baans weg oversteken. Eén keer kwam ik aanlopen en was het voetgangerslicht al op groen, maar ja, hoe lang al en hoelang nog? Nou ik haalde het net, met een spurt. Halverwege de oversteek sprong mijn licht op rood en dat van de alvast flink gassende auto’s en bussen op groen. Signaal om onmiddellijk te gaan rijden. Ongeacht wat zich nog op het zebrapad bevindt………uitgelezen moment om wat Spaanse scheldwoorden te oefenen: ¡qué modales! (wat een manieren) ¡qué te parta un rayo! (loop naar de bliksem) ¡vete a la mierda! (rot op). Of om je gewoon snel uit de voeten te maken.

No comments: